Facebook Twitter Hyves 
Banner
Maas Moezel Rijn 2005

Inleiding

Dit jaar gaat het gebeuren, met 2 ABIM’s gaan we het rondje Maas-Moezel-Rijn varen. Zo is het vorig jaar al afgesproken en daarop hebben we ons de hele winter verheugd. Dus op 5 juni 2005 vertrekken Thea en Ad van der Pouw Kraan met hun “Vagebond”, een ABIM-Cruiser 117 met een lengte van 11,70 meter, uit de jachthaven “Strand Horst”. Wij, Dinie en Peter Oord, vertrekken de volgende dag met onze “Dina Klazina”, een ABIM-Classic 118 met een lengte van 11,85 meter, uit de ABIM haven te Wanneperveen. We hebben afgesproken om elkaar op 14 juni in Maastricht te ontmoeten. Peter is de schrijver van dit verslag en maakt daarbij gebruik van de aantekeningen van Thea.

Warm
Belgisch vignetAls de “Dina Klazina” op dinsdag 14 juni in jachthaven “Poseidon” te Kessel de trossen losgooit schijnt de zon en breekt er voor het eerst van dit seizoen een periode van prachtig en warm weer aan. Het lijkt alsof ook de sluizen aan het vakantieplezier willen meewerken want nog nooit werd Maastricht zo snel bereikt. Als wij om 13.30 Maastricht passeren komt de “Vagebond” net uit de sluis varen die toegang tot de jachthaven “Het Bassin” geeft. Zij hebben daar enkele heerlijke dagen doorgebracht en sluiten zich nu achter ons aan om samen naar Luik, het einddoel voor vandaag, te varen. De sluis van Petit Lanaye is bij het invaren weer indrukwekkend vanwege de hoge natte muren, maar het schutten verloopt weer uiterst plezierig. Na het kopen van het Belgische vignet € 1,05 varen we de sluis uit en zijn al om 16.30 uur in Luik. Daar tanken we rode dieselolie en vinden een rustig plekje in dezelfde haven.

België
HuyAls we woensdag 15 juni om 10.00 uur vertrekken en over de Maas door de stad Luik varen is het nog erg rustig op het water. Een enkel vrachtschip komt ons tegemoet, maar verder kunnen we ons volledig concentreren op de mooie stad en de prachtige bruggen waar we onderdoor varen. De ene brug is voorzien van prachtige beelden, de ander wordt opgefleurd door vlaggen van diverse Europese landen. De 2 sluizen die we vandaag moeten passeren zijn vol en druk en hebben voor ons wat weinig bolders. Het kost ons enige improvisatie om daar soepel doorheen te komen, maar omdat iedereen meewerkt gaat het toch voorspoedig. Als we om 14.50 uur het einddoel van vandaag, de haven van Wanze bij Huy, bereiken hebben we lekker de tijd om deze stad met haar prachtige Citadel eens goed te verkennen. De echte Belgische frieten die we daarna samen nuttigen smaken erg goed.

NamenDonderdag 16 juni, op weg naar Namen, bevinden we ons al volop in de Ardennen. De rotsen worden hoger en massiever en hier en daar zien we zelfs bergbeklimmers die met een touw en haken hoog boven ons tegen de wanden opklimmen. Doordat het vandaag meezit in de 2 te passeren sluizen wordt Namen al om 13.15 uur bereikt. Vanaf de jachthaven hebben we een fraai uitzicht op deze prachtige stad met daarboven de grote Citadel, een van de grootste van Europa. Na een uitgebreid bezoek aan de stad gaat Ad nog even alleen naar boven, om het uitzicht vanaf de Citadel met zijn camera vast te leggen.

Omdat er in Namen veel jachten liggen waarvan wij vermoeden dat zij morgen allemaal naar Dinant zullen varen, lijkt het ons verstandig om vroeg te vertrekken. Zo gezegd, zo gedaan en vrijdagmorgen om 8.00 uur ronken de Volvo’s, vol energie, om de volgende etappe af te leggen. Vandaag krijgen we 6 (kleinere) sluizen. Ook de onderlinge afstand bedraagt gemiddeld zo’n 20 tot 30 minuten. Als dan ook nog blijkt dat we mee kunnen schutten met de “Rubicon”, een leeg vrachtschip uit Heerlen, gaat het helemaal voorspoedig. Het stuk Maas dat we nu bevaren wordt gekenmerkt door prachtige villa’s in een meer dan mooie omgeving. De “Rubicon” helpt ons zo snel door de sluizen heen dat we al om 12.40 uur in Dinant afmeren. Ook deze stad met haar prachtige Kathedraal en Citadel, gelegen tegen de hoge rotsen, is zeker de moeite van het bezoeken waard. Als we ’s avonds op het achterdek de barbecue aan hebben gestoken, genieten we met z’n vieren van het prachtige uitzicht over een spiegelgladde Maas met daarachter de hoge en massieve rotsen van de Ardennen.

Vandaag, zaterdag 18 juni 2005, zullen we de grens met Frankrijk oversteken. Na de eerste sluis varen we langs Anseremme, waar de wildwater kanoërs van de Lesse op de Maas komen. Als we om 11.55 uur de eerste Franse sluis naderen, ligt België met haar 14 sluizen en ca. 140 kilometer Maas (Meuse) alweer achter ons.

Frankrijk
Eerste tunnelOp de eerste Franse sluis, sluis 59, kopen we een 16 dagen vignet voor een bedrag van € 68,00 per ABIM. Met dit vignet kunnen en mogen we ons 16 dagen in Frankrijk ophouden. Er wordt geen geld voor sluis- en/of brugbediening gevraagd en veel aanlegplaatsen zijn gratis. Tevens ontvangen we op deze sluis een afstandsbediening voor het automatisch bedienen van een aantal sluizen. Op dit traject van Givet naar Troussey passeren we 59 sluizen, waarvan er ca. 45 geautomatiseerd zijn. De afstandsbediening is qua formaat net zo groot als de afstandsbediening van een televisietoestel, met daarop 1 knop. Als we een sluis naderen moeten we op deze knop drukken, waarna de sluisdeuren zich voor ons openen. Als we de sluis zijn ingevaren en onze schepen hebben afgemeerd, hoeven we alleen nog maar aan een blauwe stang welke zich in de sluismuur bevindt te trekken waarna het schuttingsproces begint. Na het uitvaren sluiten de sluisdeuren zich weer en kan het volgende schip komen. Na het passeren van de grensplaats Givet, met boven op de berg de in 1555 gebouwde Citadel, komen we via sluis nummer 58 in de eerste tunnel van onze reis.

Deze hebben zich voorgenomen om na de sluis, net voor de supermarkt Aldi, af te meren. Als wij later passeren blijken zij weer bij elkaar langszij te liggen om zo een plekje voor ons te creëren. Wij willen echter nog doorvaren naar Euville en nemen hartelijk afscheid van deze vriendelijke mensen die we vandaag voor de laatste keer deze reis hebben gezien. Morgen, op het Marne-Rijnkanaal gaan wij bakboord uit richting Toul en zij gaan stuurboord uit richting Bar le Duc. Met de afscheidswoorden: “Volgend jaar zelfde tijd, zelfde plaats” passeren wij hen en vervolgen onze weg. In Euville, net voorbij de sluis, beleven wij weer zo’n heerlijke avond waar we lekker op ons achterdek met z’n vieren zitten te skottelbraaien. Vanuit Nederland krijgen we door dat ons land weer een prinsesje rijker is omdat prinses Maxima bevallen is van een dochter. Jachthaven ToulAls wij maandagmorgen een Spits de sluis achter ons in zien varen, besluiten we om zo snel mogelijk te vertrekken. We hebben geen zin om een halve dag te verliezen doordat er een Spits voor ons vaart. Als we nu vertrekken heeft hij geen last van ons omdat we sneller varen en vrij snel schutten. De laatste 4 sluizen op het canal de ‘l Est branche Nord brengen ons naar het hoogste niveau van deze reis zo’n 250 meter boven N.A.P. Daar zullen we bakboord uitgaan en na de tunnel van Foug weer voor het eerst sinds lange tijd afgeschut worden. De tunnel met haar lengte van 860 meter is verlicht en erg indrukwekkend om doorheen te varen. In de eerste sluis moeten we de afstandsbediening inleveren die we, vanaf sluis 59 aan de Franse grens, 10 dagen aan boord hebben gehad. De sluizen na de tunnel liggen op een afstand van ca. 700 meter zijn automatisch met een sensor en brengen ons in sneltreinvaart naar Toul, waar we al om 13.15 uur arriveren. In deze grote mooie haven zwemmen we de rest van de middag want de temperatuur is weer opgelopen tot ca. 36 graden Celsius. Zelfs het water heeft al een temperatuur van 28 graden Celsius bereikt. De vanmorgen genomen beslissing om voor de Spits te blijven varen blijkt juist geweest te zijn. Om 17.30 uur, ruim 4 uur na onze aankomst, komt deze voorbij de haven gevaren. ’s Avonds koelt het niet veel af, maar toch voldoende om even deze mooie stad met haar prachtige kathedralen te bewonderen.

Dwars door de voor ons liggende berg is een tunnel met een lengte van ca. 560 meter aangelegd. In de niet verlichte tunnel is het heerlijk koel en met behulp van onze lampen weten we de tunnel zonder schade te passeren. Trouwens, de vrachtscheepjes die hier varen de zogenaamde Spitsen, met noemt ze hier Peniches, zijn met hun lengte van 39- en hun breedte van 5 meter nog wel even wat groter dan onze ABIM’s, dus als zij door deze tunnel kunnen varen moet het ons ook lukken.

Om 14.40 uur meren we af in Vireux Wallerand, waar we snel de schaduw van enkele grote eikenbomen opzoeken. Later blijkt dat deze bomen de erfafscheiding vormen van de tuin van het burgemeestershuis, waarvan de bewoner zich even later aan ons voor komt stellen. Omdat deze burgemeester ons vertelt dat het liggeld aan deze kade de eerste nacht niet berekend wordt zijn we hoogst verbaasd dat er even later toch liggeld geïnd wordt. Onze opmerking over de uitspraak van de burgemeester valt niet zo goed, zodat we besluiten om de gevraagde Euri toch maar te voldoen.

Ook op zondag wordt er door ons gevaren en wel naar het plaatsje Château-Regnault. Het is wederom erg warm maar de 10 sluisjes en de tunnel van Revin bieden een welkome afwisseling. Langs de oevers zien we nog steeds de schitterende met veel bomen begroeide Ardennen en het lijkt wel alsof hier alle zuurstof voor het hele land wordt geproduceerd, zoveel groen als we hier zien. Leuke kleine kanaaltjes brengen ons van de schilderachtige sluisjes vaak weer terug op de wat bredere Maas (Hier genoemd: Canal de ‘L Est branche Nord). Heel af en toe zien we een tegenligger, meestal een Nederlands jacht. Voor de rest is het stil op het water, heel stil. En tegen de avond pakken we onze “Skottelbraai”, een soort wok op gas, die we op het achterdek neerzetten. Al bradend en etend genieten we wederom van een fantastische zomeravond.

VerdunWij kunnen er ook niets aan doen als het eentonig wordt, maar ook maandag 20 juni is het weer warm, heel erg warm zelfs. Onder een strak blauwe lucht passeren we leuke dorpjes en stadjes waarvan Charleville-Meziëres, als hoofdstad van de Franse Ardennen, de grootste is. In sluis 40 lijkt de deur niet te willen sluiten, maar een toevallig aanwezige man opent het sluishokje en drukt op enkele knoppen waarna het euvel weer is verholpen. Misschien zijn we iets te snel de sluis ingevaren en hebben we niet op het groene licht gewacht? Na de volgende sluis ontmoeten we een Spits en merken we dat de kanaaltjes toch wel erg smal zijn. We moeten behoorlijk uitwijken, maar gelukkig heeft de schipper van de Spits hier begrip voor en vaart ons heel langzaam voorbij. Als we om 15.00 uur in Sedan zijn afgemeerd kunnen we niet wachten om het water in te duiken, zo warm hebben we het. Daarna lekker in de schaduw achter op het zwemplateau een biertje gedronken, de voeten in het water spartelende. Wat kan het leven toch goed zijn in Frankrijk. De mooie aanlegplaats bij de camping blijkt ’s avonds een uitstekend vertrekpunt voor een fietstocht door de mooie oude stad. In de haven liggen ook 3 Nederlandse jachten die we later nog vaak ontmoeten. Het zijn de “Simar”, de “Njord” en de “Regina”. Via Stenay en Consevoye arriveren wij donderdag 23 juni om 12.30 uur in Verdun.

Nog steeds is het erg warm en omdat we volgende dag de stad willen verkennen is het nu weer de hoogste tijd voor een frisse duik. Vrijdag bezoeken we o.a. de basiliek van Verdun en de ondergrondse vesting waar in de oorlog 1914-1918 zo hard om gevochten is. Middels een treintje worden we door de oude gangen van de koude vesting gevoerd waar de temperatuur ca. 7 graden Celsius is, terwijl we weten dat het nu buiten 36 graden Celcius is! Verdun is een hele mooie stad waar je aan prachtige steigers midden in het centrum van de stad gratis kunt liggen en waar zelfs het water en de elektriciteit gratis zijn. Hier maken we ook kennis met de bemanning van de “Condor”, eveneens een Nederlands jacht dat dezelfde reis maakt die wij ook maken. Als Ad dan de koelkast van de “Njord” ook nog kan repareren heeft hij voor vandaag zijn goede daad weer verricht en kan hij bij de bemanning daarvan niet meer stuk..

De andere Nederlandse jachten zijn vrijdagmorgen al vroeg vertrokken en melden ons via de marifoon dat het erg druk is bij de eerste sluis. Dus vertrekken we pas om 9.45 uur hetgeen achteraf nog iets te vroeg is omdat we bij de sluis toch nog even moeten wachten. Eenmaal geschut varen we, vanwege de jachten voor ons, lekker rustig door. De hele dag worden de sluizen door sluismeesters, meestal studenten, bediend. Zij stellen onze hulp bij het open en dicht draaien van de sluisdeuren erg op prijs. Ook voor hen is een temperatuur van ca. 35 graden Celsius wel een beetje teveel van het goede. Vandaag komen we zelfs 3 Spitsen tegen, die ons gelukkig tegemoet komen. Mocht je op deze kanaaltjes een Spits voor je hebben dan kun je beter afmeren en een halve dag blijven liggen. De snelheid van een geladen Spits bedraagt hier maar ca. 3 km. per uur. Als we in Lacroix aankomen blijken de “Simar” en de “Njord” al op ons gerekend te hebben en zijn bij voorbaat al bij elkaar langszij gaan liggen om een plekje voor ons vrij te houden. Ook de “Regina” treffen we hier weer.

Even wachten bij sluis 6Na een bezoek aan de zondagse rommelmarkt en wederom een voor dit dorpje wel erg grote kathedraal vertrekken we om 10.00 uur. De sluis staat open en door een kanaaltje dat vol met drijvend gras blijkt te liggen varen we door onder een brandende zon en een temperatuur van ca. 28 graden Celsius. Als we het plaatsje St. Mihiel passeren is er aan het prachtige steiger nog voldoende plaats voor 2 ABIM’s, maar om nu al om 11.30 uur te stoppen is wel erg vroeg. De volgende sluis is weer een automatische sluis zodat we lekker in eigen tempo door kunnen varen. De “Dina Klazina” beschikt over een wasmachine zodat Dinie vandaag een was voor de “Vagebond” heeft gedaan. Op de volgende sluis nemen zij de schone en droge was met een welgemeend: “dankjewel” in ontvangst. In sluis 7, Vadonville, besluit Ad om de wierpot nog eens op onregelmatigheden te controleren. Als hij ons het resultaat van deze extra inspectie laat zien, duik ik ook snel de machinekamer in. Van de inhoud van beide wierpotten had een grote vogel een redelijk nest kunnen maken.

Omdat er bij sluis 6, Commercy, wat oponthoud is, treffen wij de “Njord” en de “Simar” weer.

Deze hebben zich voorgenomen om na de sluis, net voor de supermarkt Aldi, af te meren. Als wij later passeren blijken zij weer bij elkaar langszij te liggen om zo een plekje voor ons te creëren. Wij willen echter nog doorvaren naar Euville en nemen hartelijk afscheid van deze vriendelijke mensen die we vandaag voor de laatste keer deze reis hebben gezien. Morgen, op het Marne-Rijnkanaal gaan wij bakboord uit richting Toul en zij gaan stuurboord uit richting Bar le Duc. Met de afscheidswoorden: “Volgend jaar zelfde tijd, zelfde plaats” passeren wij hen en vervolgen onze weg. In Euville, net voorbij de sluis, beleven wij weer zo’n heerlijke avond waar we lekker op ons achterdek met z’n vieren zitten te skottelbraaien. Vanuit Nederland krijgen we door dat ons land weer een prinsesje rijker is omdat prinses Maxima bevallen is van een dochter.

Jachthaven ToulAls wij maandagmorgen een Spits de sluis achter ons in zien varen, besluiten we om zo snel mogelijk te vertrekken. We hebben geen zin om een halve dag te verliezen doordat er een Spits voor ons vaart. Als we nu vertrekken heeft hij geen last van ons omdat we sneller varen en vrij snel schutten. De laatste 4 sluizen op het canal de ‘l Est branche Nord brengen ons naar het hoogste niveau van deze reis zo’n 250 meter boven N.A.P. Daar zullen we bakboord uitgaan en na de tunnel van Foug weer voor het eerst sinds lange tijd afgeschut worden. De tunnel met haar lengte van 860 meter is verlicht en erg indrukwekkend om doorheen te varen. In de eerste sluis moeten we de afstandsbediening inleveren die we, vanaf sluis 59 aan de Franse grens, 10 dagen aan boord hebben gehad. De sluizen na de tunnel liggen op een afstand van ca. 700 meter zijn automatisch met een sensor en brengen ons in sneltreinvaart naar Toul, waar we al om 13.15 uur arriveren. In deze grote mooie haven zwemmen we de rest van de middag want de temperatuur is weer opgelopen tot ca. 36 graden Celsius. Zelfs het water heeft al een temperatuur van 28 graden Celsius bereikt. De vanmorgen genomen beslissing om voor de Spits te blijven varen blijkt juist geweest te zijn. Om 17.30 uur, ruim 4 uur na onze aankomst, komt deze voorbij de haven gevaren. ’s Avonds koelt het niet veel af, maar toch voldoende om even deze mooie stad met haar prachtige kathedralen te bewonderen.

Als we dinsdagmorgen na de laatste 3 kleine sluisjes op de Moezel komen hebben we voor het eerst sinds lange tijd weer ruimte en water om ons heen. De dieptemeter geeft weer normale waarden aan en de motor kan weer eens lekker op toeren komen. In sluis Fontenoy, met haar 170 meter voor onze begrippen een “mega-sluis”, liggen de “Condor” en de “Regina” noodgedwongen op ons te wachten. Gelukkig voor hen heeft dit slechts 15 minuten geduurd. De sluiswachter heeft doorgekregen welke jachten waar heen varen en schut ons liever samen. Onze jongste prinses heet “Alexia” wordt er vanuit Nederland gemeld en doordat de sluizen vandaag allemaal meewerken arriveren wij al om 13.40 uur in Pont à Mousson. Omdat het ook nu weer erg warm is zoeken we heel snel een plekje onder de grote bomen die hier langs de oever staan. Gezellig samen met de bemanning van de “Regina” en de “Conder” drinken we hier in de schaduw ons welverdiende biertje. ’s Avonds gaan we met de bijboot naar het stadje en wandelen even rustig door het centrum. Als we later aan boord komen wordt het voor het eerst van deze vakantie tijd om de tent op te zetten, want het dreigt naar regen. Later in de nacht trekt er inderdaad een behoorlijk front met regen en onweer over ons heen.

Afgemeerd in MetzWoensdag 29 juni vertrekken we met 4 Nederlandse jachten uit Pont à Mousson en halen net voor de sluis een Spits genaamd “Amarante” in. Voorbijvaren heeft geen zin zodat we keurig achter dit schip aan de sluis invaren. Ook de volgende sluis staat al voor ons open, zodat wij hopen de hele dag in de buurt van de “Amarante” te kunnen blijven. Helaas voor ons krijgt deze in deze sluis motorpech en gebaart ons om om hem heen de sluis uit te varen. Jammer, achter een vrachtschip aanvarende heb je meer kans dat de sluizen openstaan dan wanneer je met alleen jachten vaart. Het weer heeft zich weer hersteld en met 26 graden Celsius is het iets minder warm dan de voorgaande dagen (weken). Het gemis van een vrachtschip wreekt zich al direct bij de volgende sluis, sluis Ars. Als, terwijl de deuren openstaan, de lichten op rood blijven staan besluiten we om de sluis via de marifoon op te roepen. De sluismeester zegt dat we in kunnen varen en zet de lichten op groen. Echter, nadat de “Condor” als eerste is ingevaren, worden de lichten weer op rood gezet. Bij het volgende marifoon contact verteld de sluismeester ons dat hij problemen met zijn lichten heeft. Gelukkig blijft het daarbij en volgen wij de “Condor” die ondertussen al is afgemeerd. Als we om 12.30 uur Metz naderen besluiten we om niet in de jachthaven te gaan liggen maar in het centrum. Ook de “Regina” en de “Condor” sluiten zich bij ons aan. Alleen Ad is wat bezorgd over het feit dat het voordek van de “Vagebond” bijna onder een brug ligt. Als daar vannacht wat naar beneden wordt gegooid hebben we wel een probleem. Na overleg besluiten we om het vanavond opnieuw te beoordelen en eventueel de “Vagebond” iets naar achteren te trekken en bij ons langszij te leggen. Om de stad goed te verkennen besluiten we om gebruik te maken van de Ciy-tour. Middels een treintje worden we door Metz gereden waarvan we in 3 kwartier een prachtige indruk krijgen. Metz is een hele mooie fraaie maar vooral schone stad, met prachtige gebouwen, kerken en kathedralen.

Met name de grote St. Etienne kathedraal in het centrum is de moeite van het bezoeken zeker waard. Na de tour gaan we ieder onze eigen weg en zwerven we de rest van de middag lekker door de stad. Als er tegen het eind van de middag een gigantische onweersbui losbarst is Ad nog niet terug en verdenken we hem ervan dat hij lekker een biertje is gaan drinken in een van de vele cafés die Metz rijk is. Dat hebben we echter mis, want als hij even later arriveert is hij tot op z’n huid nat geregend zoveel water heeft hij over zich heen gekregen. Als we ’s avonds door de omgeving wandelen blijkt dat de storm veel schade aan takken en bomen heeft aangericht en dat ons dat toch aardig bespaart is gebleven. ’s Nachts blijkt dat we toch beter in de jachthaven hadden kunnen afmeren want naast ons op de straat is regelmatig glasgerinkel van wijn- en of bierflessen te horen die naast de boot stuk worden gegooid. We slapen erg onrustig en worden van het minste geringste geluid wakker.

Als we, na een bijna slapeloze nacht, Metz verlaten, is Dinie jarig en moet er allereerst gebak gekocht worden natuurlijk. Als we daarna vertrekken en bij sluis Metz arriveren blijken we al met 5 Nederlandse jachten te worden geschut. Ondertussen heeft ook de “Livingstone” zich bij ons aangesloten die, na overwintering in Frankrijk, dit voorjaar uit Avignon is vertrokken en nu ook op weg is naar Nederland. Vandaag is het bewolkt en veel minder warm dan de afgelopen dagen. Of het komt doordat we slecht hebben geslapen of door een andere oorzaak, maar de sluizen werken vandaag niet meer mee. Vooral bij sluis Thionville moeten we heel lang wachten, wel bijna 1 uur, voordat we kunnen invaren. En kwamen we de afgelopen dagen “ogen en oren tekort” om al het moois om ons heen te bewonderen, vandaag varen we door een groot industrie gebied hetgeen pas voorbij Thionville wat minder saai wordt. Als we om 16.30 uur sluis Apach uitvaren ligt Frankrijk achter ons. In Frankrijk hebben we ca. 420 km. gevaren en passeerden we 87 sluizen en sluisjes.

Luxemburg
LuxemburgAls we Luxemburg invaren zien we al direct dat de bergen aan zuidoever van de Moezel begroeid zijn met druivenranken. Het is vreemd dat alleen een grens dit grote verschil uitmaakt. Ook in Frankrijk beschikt men over dezelfde berghellingen die m.i. net zo vruchtbaar zijn, maar daar wordt geen gebruik van mogelijkheid van wijnbouw gemaakt. In de jachthaven Schwebsange (Ook wel Schwebsingen genaamd) is er nog net voldoende plaats voor 5 Nederlandse jachten. Hier vieren we de verjaardag van Dinie en beginnen met koffie en het vanmorgen in Metz gekochte gebak. ‘s Avonds besluiten we om in het bij de haven behorende Italiaanse restaurant te gaan eten.
Vrijdag 2 juli tanken we onze ABIM’s af voordat we om 9.30 uur de haven verlaten. De “Regina” en de “Livingstone” zijn al voor ons vertrokken. Helaas moet de “Condor” achterblijven vanwege het feit dat er bij hun dochter complicaties bij haar zwangerschap zijn opgetreden. Logisch dat je als ouders dan zo snel mogelijk naar huis toe wilt om je dochter bij te staan.

Net voor Remagen zien we een vrachtschip varen die we bij willen houden omdat die ons weer snel door de sluizen kan helpen. En ja hoor, het lukt weer. Terwijl de “Livingstone” en de “Regina” meer dan een half uur voor de sluis liggen te wachten hebben wij weer het geluk dat de sluisdeuren voor het vrachtschip opengaan. Uiteraard krijgen we dan weer de nodige opmerkingen van de anderen, maar dat gaat allemaal met een knipoog en een lach. Achter dit vrachtschip aan varen we rustig de sluis uit en genieten van de prachtige omgeving. De druivenranken staan allemaal netjes in rijen geplant en daartussen staan vaak mooie kapelletjes en huizen. Omdat de huizen hier allemaal in verschillende kleuren gepleisterd zijn biedt dit alweer een hele andere indruk dan de vaak wat grauwere huizen langs de Franse Moezel.

Duitsland
2 hele kleine AbimmetjesAls we sluis Grevenmacher uitvaren zien we ook weer de zon tussen de wolken verschijnen en wordt het weer lekker warm. Voor Trier gaan we stuurboord uit de Saar op. We willen even 2 dagen deze mooie rivier op om daarna weer terug te keren naar de Moezel. De Saar is een prachtige en uiterst rustige rivier. Op een rondvaartbootje na is er bijna geen scheepvaart. Slechts heel af en toe passeert er hier een vrachtschip. De oevers zijn helemaal begroeid met bomen en het water is sommige plaatsen wel 9 meter diep. Sluis Palzem, met een verval van bijna 12 meter meldt ons dat we in de jachtensluis kunnen schutten, hetgeen allemaal uiterst rustig gaat. Aan een steigertje, net voor de stad Saarburg, meren we bij elkaar langszij af. Ad zegt altijd dat we maar 1 plekje nodig hebben en dat blijkt ook hier weer te kloppen. Saarburg is een hele mooie stad gebouwd om een waterval heen die de stad als het ware in tweeën splitst. Na de steile klim naar het centrum van dit stadje, met haar prachtige watervallen, besluiten we nog even door te klauteren naar de burcht. Genietende van het uitzicht maken we nog enkele foto’s van de rivier met daarop afgemeerd 2 hele kleine Abimmetjes.

Zaterdag 2 juli vertrekken we alweer om 9.00 uur om, via sluis Serrig, om 11.00 uur in Mettlach af te meren. Mettlach is het domein van de porseleinfabrikant Villeroy en Boch waarvan we de fabriek willen bezichtigen. Helaas is de fabriek omgebouwd tot een bezoekerscentrum waar we wel veel van de producten en een film van Villeroy en Boch kunnen zien, maar helaas geen productie. Toch blijkt dit alleszins de moeite waard. Het bedrijf is in 1748 opgericht en is nu uitgegroeid tot een mondiaal bedrijf, met aan het hoofd nog steeds dezelfde familie. Als we buiten komen regent het, zo’n miezerig motregen waarvan je na 5 minuten al genoeg hebt en die de hele middag duurt. Voor Dinie maakt dat echter niet uit want zij vindt in een Villeroy en Boch winkel de wijnglazen waarvoor zij zo graag naar Mettlach wilde. ’s Avonds belanden we in een gezellig dorpsfeest met veel bier, worstjes en prima muziek.

Als we zondag, na lekker uitgeslapen te hebben, opstaan schijnt de zon alweer volop en zijn we de regen van gistermiddag allang weer vergeten. Via de 2 eerder genoemde sluizen zijn we om 12.45 uur weer terug op de Moezel. Als we sluis Trier oproepen verteld deze ons dat er geen beroepsvaart is en dat we tegen betaling van Euro 4,50 per schip geschut kunnen worden. Daar hoeven we niet zo lang over na te denken want wie weet wanneer er weer een vrachtschip verschijnt. Zo gezegd zo gedaan en al snel daarna varen we langs de stad Trier. Het is erg jammer dat er hier, zo dicht bij het prachtige centrum, geen mooie jachthaven is aangelegd. Trier, de oudste door de Romeinen gebouwde stad van Duitsland met haar monumenten zoals o.a. de Porto Negro en het Amfitheater zou een jachthaven “waardig” zijn. Omdat we deze stad in het verleden al eens bezochten varen we nu door en meren af in de jachthaven “Schweich”. De jachthaven met een zeer hulpvaardige en aardige havenmeester beschikt over een fijn restaurant met terras aan de Moezel zodat we besluiten om daar een lekker te gaan eten. Omdat het erg druk is op het terras vraagt Ad aan een Duits echtpaar of wij bij hen aan mogen schuiven. Het resultaat is een hele gezellige avond, aan tafel bij twee zeer vriendelijke mensen die ons veel informatie over de Moezel en de daaraan gelegen plaatsen geven.

SchweichHet doel voor vandaag, maandag 4 juli, is Bernkastel en de Moezel is volgens ons nergens mooier dan op dit stuk. We komen ogen tekort om al het moois om ons heen te zien. Steile berghellingen vol met druivenranken, kleine mensjes die op de steile hellingen aan het werk zijn. En de dorpjes aan de Moezel zijn zo schilderachtig mooi. Als we om 14.00 uur in de jachthaven van Kues, tegenover Bernkastel afmeren, is het nog droog maar dreigt het naar regen. Tijdens het afmeren worden we geholpen door de schipper van de “Regina” die we sinds vrijdag niet meer hebben gezien. Na het afmeren pakken we snel onze fietsen om nog voordat de regen komt in het stadje te zijn. Na een bezichtiging van deze mooie stad met haar vakwerkhuizen en andere bezienswaardigheden drinken we een glaasje bier in een restaurant aan de Moezeloever. Op dat moment valt de regen met “bakken uit de lucht” en is het gedaan met de door het stadje flanerende toeristen. Iedereen zoekt een veilig heenkomen en in mum van tijd zijn de tot voor kort gevulde en overvolle straten leeg. Als de regen wat minder wordt besluiten wij om onze fietsen weer op te zoeken om naar de haven terug te keren. ’s Avonds blijven we aan boord en kijken voor het eerst sinds dagen weer eens naar de televisie.

Ad aan zijn eigen steigerOok dinsdag 5 juli hebben we weer het geluk dat we kort achter een vrachtschip naar sluis Zeltingen varen waar, het wordt eentonig, een aantal Nederlandse jachten liggen te wachten. Je kunt je voorstellen welke opmerkingen er nu over het water gaan, want nu gelooft niemand meer dat wij altijd geluk hebben. Eigenlijk moeten jullie voor straf maar eens een extra schutting wachten roept een van de schippers lachend naar ons, maar dat doen we dus maar niet. Het is best wel gezellig om regelmatig met een groepje Nederlandse jachten geschut te worden. Er is altijd wel aanleiding voor een gesprek waarin vaak informatie over en weer uitgewisseld wordt. Als wij in Traben-Trarbach afmeren, voor een kort bezoekje aan deze stad, varen de anderen ons al zwaaiend voorbij. Na een kort bezoek aan dit mooie stadje met haar prachtige brug besluiten we op een terras te gaan lunchen. Het weer is goed en we hebben vakantie, dus waarom niet. Als we later weer aan boord stappen gaan de trossen los en wordt koers richting Zell gezet. Ook nu is de Moezel weer op haar mooist en werkt ook sluis Enkirch mee. In Zell aangekomen liggen er twee kleine lege passantensteigertjes op ons te wachten. Omdat we het niet veilig vinden om bij elkaar langszij aan zo’n steigertje af te meren kiezen we beide een “eigen” steiger uit. Nadat we rustig door de “thuisbasis” van de bekende “Zeller Schwarze Katz” wijnen gewandeld hebben en uiteraard op een terrasje weer genoten hebben van een welverdiende versnapering kopen we enkele flessen van deze wijn. ’s Avonds genieten we aan boord van de “Vagebond” van de avond, van de net gekochte wijn en van een heerlijke barbecue.

Ook woensdagmorgen vertrekken wij weer om 9.00 uur. Het motregent en de lucht is grijs en grauw. Bij sluis St. Aldegund aangekomen liggen er 2 duwcombinaties van ieder 172 meter lengte te wachten. Nou, dat is dus goed fout, want die vullen ieder precies de sluis en dat betekent voor ons dat we uren moeten wachten. De schipper van een van deze duwcombinaties, de “Inachos” uit Dronten, legt ons tijdens het wachten uit hoe het mogelijk is dat zij 2 meter langer kunnen zijn dan de sluizen volgens onze waterkaarten zijn. De sluizen zijn weliswaar 170 meter lang, maar dat komt door een grote dikke kabel die tijdens het invaren voor in de sluis wordt gespannen. Deze kabel vangt letterlijk eventuele problemen op als een schip niet op tijd zou stilliggen. De sluismeesters halen echter bij het invaren van deze duwcombinaties die kabel vroegtijdig binnen, zodat zij de extra meters voor in de sluis ook kunnen gebruiken.

De klim naar boven kostte heel wat meer tijdOmdat Ad en mijn persoontje dat wel eens willen zien, lopen we met de “Inachos” mee als deze de sluis invaart. Je moet je toch niet voor stellen wat er gebeurt als zo’n duwcombinatie niet tijdig kan stoppen en door de sluisdeur heen zou varen met een verval van 7 tot 9 meter!. Gelukkig gebeurt dat niet en nog fijner voor ons is het dat er achter ons een rondvaartboot met rode vlag verschijnt. Een rode vlag betekent voorrang bij het schutten, dus de volgende schutting kunnen we toch met deze rondvaartboot mee en moet de andere duwcombinatie wachten. Net voordat we invaren verschijnt de “Regina” die niet heeft hoeven te wachten en nu eens alle geluk van de wereld heeft. Als we om 15.00 uur in Cochem afmeren zijn we, door het oponthoud bij de sluizen, ruim 2 uur langer onderweg geweest dan we hadden verwacht. Tegenover Cochem, in het plaatsje Cond ligt een prima haventje waar plaats genoeg voor 2 ABIM’s is. Als we de brug oversteken zijn we al in het centrum van Cochem. Ook nu regent het zodat we besluiten om, nadat we het stadje zijn doorgelopen, een biertje te drinken op een overdekt terras. ’s Avonds eten we in een restaurantje met live muziek vlak bij de haven, waarna we besluiten om een heerlijke avondwandeling te maken over de flanken van de berg achter het dorpje Cond. Vanaf deze berghelling hebben we een prachtig uitzicht op Cochem en de Rijksburcht daarboven. Deze burcht is waarschijnlijk de best bewaard gebleven of misschien wel de best gerestaureerde burcht van de hele Moezel. Aan het einde van deze wandeling komen we op een klein weggetje waarlangs in 7 taferelen de kruistocht van Jezus wordt uitgebeeld. Doordat we deze taferelen zo bewonderen merken we niet dat we in korte tijd alweer terug in het dorpje zijn. De klim naar boven kostte heel wat meer tijd.

Donderdag 6 juli is een rustdag in Cochem en alhoewel het van tijd tot tijd regent wordt het toch een fijne dag. Na het kopen van de diverse noodzakelijke boodschappen is er nog voldoende tijd over om Cochem en haar Rijksburcht eens goed te verkennen. De klim naar boven is steil, maar kort. In ca. 20 minuten ben je boven en heb je een fantastisch uitzicht over de stad en de rivier. Aan de overkant zien we de jachthaven waar we juist op dit moment de “Regina” in zien varen. Leuk om steeds met dezelfde schepen te varen c.q. ze regelmatig weer terug te zien. Na de afdaling drinken we nog een glaasje op een overdekt terras en proberen daarna zo droog mogelijk weer aan boord te komen. De avond brengen we aan boord door en gaan, mede door het regenachtige en grauwe weer, vroeg naar onze kooien.

Deutsches EckAls we vrijdagmorgen aan de tocht met de laatste 3 sluizen van de Moezel beginnen, vertrekken tegelijkertijd met ons ook de “Regina” en nog enkele andere jachten. Gezamenlijk varen we in de richting van sluis Muden. Daar kunnen we achter een groot passagiersschip, de “Heinrich Heinze” invaren. Echter door haar lengte van 110 meter is er niet voldoende ruimte voor alle intussen verzamelde jachten en blijven twee jachten wachten op de volgende schutting. Na het uitvaren laten we het passagierschip gaan want deze proberen bij te houden zou waanzin zijn. Ook dit laatste stuk van de Moezel is prachtig om te varen met mooie dorpjes langs de steile oevers van de rivier. Met name de eerste kilometers na een sluis zijn vaak smal en bochtig, waardoor de bergen nog hoger lijken. Later, als de rivier weer dieper en breder wordt, lijken ook de bergen wat minder massief. En nog steeds overal wijnbouw, keurig aangeplante druivenstruiken, keurig in het gelid tegen de vaak steile bergen. Voorbij sluis Lehmen komen we onder een extreem hoge brug door waarover door de grote afstand kleine autootjes rijden. De “Regina” is ondertussen een jachthaven ingevaren en zo varen we weer met z’n tweeën. Omdat er geen beroepsvaart meegaat laat Sluis Koblenz ons nog 1 keer betalen. Na de laatste buitenlandse sluis van deze reis, komen we bij het Deutsches Eck, waar we de Rijn afvaren. Het prachtige standbeeld, van Keizer Wilhelm III, lijkt de situatie op deze kruising goed in de gaten te houden. Hoog op zijn paard gezeten ziet deze keizer het scheepvaartverkeer onder zich voorbijgaan. En aan de overkant de prachtige burcht Ehrenbreitstein met zijn algehele controle over dit vroeger zo belangrijke verkeersknooppunt. Tevens kon vanuit deze burcht natuurlijk goed op de stad Koblenz uitgekeken worden.

Door de sterke stroom krijgen we een grotere snelheid dan we tot nu toe gewend waren. De teller loopt op een bepaald moment op tot ca. 21 kilometer per uur. Dat schiet lekker op en dat blijkt ook wel als we al om 15.40 afmeren in Neuwied, ons doel van vandaag. Neuwied is een wat saaie stille haven, dicht aan de Rijn. Wel kan er hier getankt worden hetgeen altijd goed is om te weten.

Als we zaterdagmorgen net voor negenen vertrekken hangt er een lichte nevel boven de Rijn die ons doet geloven dat het vandaag weer een warme dag zal worden. We varen nu over een prachtige en af en toe drukke Rijn. Langs Köningswinter met de Drachenfels richting Bonn, de vroegere hoofdstad van Duitsland. Het is zo vreemd op de Rijn, soms vaar je tijden alleen en dan in een keer bevind je je weer volledig tussen de beroepsvaart. Je wordt niet zo vaak ingehaald omdat de onderlinge snelheden in de afvaart (dalvaart) niet zoveel verschillen, maar regelmatig kom je groepjes van 4 tot 5 vrachtschepen tegelijk tegen. Omdat deze elkaar onderling vaak aan het inhalen zijn, passeren ze je soms links en rechts tegelijkertijd. Dat is een boeiend spel wat je wel moet beheersen om door te hebben of een vrachtschip wel- of geen blauw bord gebruikt. De verrekijker wordt dan ook regelmatig te hulp geroepen om hierover duidelijkheid te geven. De 83 kilometer die ons vanmorgen nog met Keulen scheiden zijn snel gevaren zodat we al om 13.45 uur afmeren in de Rheinau haven van deze Metropool.

Druk in KeulenBij bezichtiging van de stad en met name de Dom van Keulen valt het ons op dat het ontzettend druk is in de stad.

De boulevard langs de Rijn lijkt vol gezet te zijn met allerlei bier- en bratworst kraampjes en langs de oevers klink gezellige muziek. Tijdens ons bezoek aan zo’n kraampje, wat zijn die bratwursten toch lekker, krijgen we antwoord op onze vraag over die drukte. Iedere 2e zaterdag in juli staat Keulen in het teken van het “Lichtenfeest” een soort “Rijn in vlammen”. Vanavond varen ca. 50 rondvaartboten en passagiersschepen langs Keulen, terwijl overal langs de oever vuren worden ontstoken. Het begin van deze tocht ligt zo’n 10 kilometer stroomopwaarts en voorbij Keulen keren de schepen dan weer. Daarna, om 22.30 uur wordt er, precies tegenover de boulevard, een groot vuurwerk afgestoken.

Nou, dat hebben wij weer, nu zijn we een keer in Keulen en dan is er toevallig een groot feest! Terwijl we teruglopen naar de haven, verheugen we ons al op dit spektakel. ’s Avonds om ca. 22.00 uur hebben we dicht bij de haven een prachtige plek gevonden met een panoramisch uitzicht op de Rijn. Als later al die schepen, volledig gepavoiseerd, voorbij varen lijkt het alsof we midden in een sprookje terecht zijn gekomen. Overal langs de oevers van de rivier worden vuren ontstoken, terwijl de meer dan 50 verlichte schepen langzaam voorbijvaren. Ook klinkt op alle schepen precies dezelfde muziek, zelfs dat is perfect georganiseerd. Als dan later vanaf een ponton in de rivier en vanaf 2 bruggen een vuurwerk met een duur van meer dan 30 minuten wordt afgestoken raken we nog dieper onder de indruk. Zelden zagen wij en al die honderdduizenden mensen zo iets moois. Stil en diep onder de indruk wandelen we terug naar onze schepen, waar we vanaf ons achterdek nog uren kijken naar de geweldige mensenmassa die ook weer huiswaarts keert.

Zondag 10 juli varen we in de richting van Düsseldorf als de zon weer in haar volle glorie doorbreekt. Na een kort overleg over de marifoon besluiten we om met deze temperaturen niet in een warme stad te gaan liggen maar een mooie landelijke jachthaven op te zoeken. In de jachthaven van Krefeld vinden we wat we zoeken, lekker zwemwater in een prachtige jachthaven. Deze vereniging biedt naast gezelligheid ook een prima restaurant, zodat we besluiten om vanavond lekker op het terras te gaan eten. Of het nu komt vanwege het prachtige weer of vanwege het feit dat deze reis bijna ten einde is, maar we kunnen daarna maar moeilijk besluiten om naar bed te gaan.

Ook maandag is het warm en varen we heerlijk rustig met af en toe een tegemoetkomend vrachtschip. Sterker nog, zelfs in het Ruhrgebied, normaliter toch een drukke omgeving, is het erg rustig. De eerste 10 kilometer voorbij de Ruhrhaven komen we zelfs geen enkel schip tegen! Als we de stad Rees gepasseerd zijn gaan we tegenover Kalkar een voormalig grindgat in waar we om 14.00 uur afmeren in de jachthaven Grafenwald. Hier spoelen we met het heldere buitenboordwater onze schepen af, terwijl we af en toe onszelf opfrissen met een koele duik.
’s Avonds fietsen we naar het stadje Rees, waar we op een terras met uitzicht op de Rijn nog wat drinken.

Dinsdagmorgen passeren we de Nederlandse grens en kan de Duitse gastenvlag weer minstens een jaar worden opgeruimd. Wanneer zouden we die weer in onze mast kunnen hijsen? Vanaf de Luxemburgse grens passeerden we in Duitsland 14 sluizen en legden, inclusief ons “uitstapje” op de Saar ca. 540 km. af.

Nederland
Het weer is fantastisch en het Pannerdensch kanaal en de Gelderse Ijssel erg rustig. Waar je ook gevaren hebt en hoe mooi het in het buitenland ook is, de Ijssel en dan met name het bovenste gedeelte is en blijft een hele aantrekkelijke rivier. De omgeving van de Posbank, het stadje Dieren het veertje van Bronckorst, het is ook wel weer goed om terug in Nederland te zijn.

Dat wordt ’s middags in de drukke meer zeer gezellige jachthaven van Deventer nog eens extra bevestigd. Eerlijk is eerlijk, maar zoveel aanspraak en bedrijvigheid hebben we in de havens van de laatste vier weken maar weinig meegemaakt. Toul en Keulen waren misschien de enige uitzondering, maar voor de rest was het over het algemeen toch een stuk rustiger. Op het zwemplateau is het goed toeven en na een frisse duik smaakt een biertje extra goed. Ook vanavond besluiten we lekker op het terras van het havenrestaurant te gaan eten. Na het eten bespreken we de plannen voor morgen en genieten daarna op ons achterdek van de ondergaande zon.

Woensdag 13 juli 2005 zouden we weer thuis zijn. Deze dag die de afgelopen winter tijdens onze voorbesprekingen zo ontzettend ver weg leek te zijn is aangebroken. Enigszins triest, maar tegelijkertijd toch ook wel weer nieuwsgierig naar de situatie thuis vertrekken we. Ad en Thea varen mee terug naar onze haven en gaan van daaruit met onze auto naar huis. Zaterdag komen zij dan terug om vanuit Wanneperveen de reis naar Grou te maken waar ze volgende week een afspraak hebben. Als we via de Spoolder- en Beukersluis om 14.00 uur in onze haven afmeren is deze geweldige vakantie ten einde. Zonder schade, zonder problemen legden we in het totaal ca. 1580 km. af en passeerden daarbij 127 sluizen.


Download dit reisverslag als PDF  Download dit verslag als PDF bestand.         

Download het vaarschema als Excel bestand  Download het vaarschema als Excel bestand


Gebruikte kaartenen boeken
ANWB kaart Kaart M “Limburgse Maas”
ISBN 2-7416.0143-7 Navicarte 9
ISBN 3-89225.319-6 Die Mosel mit Saar
ISBN 3-89225.446-x Der Rhein
Deze boeken en kaarten zijn o.a. te bestellen bij: L.J. Harri B.V. Prins Hendrikkade 94-95 1012 AE Amsterdam tel: 020-6248052 fax: 020-6258086 E-Mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

 
Joomla SEF URLs by Artio